Share
Actualiteit

Later lezen?

Nieuwe revalorisatiecoëfficiënt beschikbaar: huurvoordelen voor bedrijfsleiders in 2021

Wanneer een bedrijfsleider een gebouwd onroerend goed (waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is) verhuurt aan de vennootschap of vereniging waar hij zijn activiteiten uitvoert, dan worden deze huurvoordelen in sommige gevallen gezien als beroepsinkomsten. Dat is het geval wanneer de huur hoger is dan 5/3 van het gerevaloriseerd kadastraal inkomen.

Onder bedrijfsleider verstaan we personen in de hoedanigheid als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of personen die analoge functie hebben in het bedrijf.

De revalorisatiecoëfficiënt wordt jaarlijks vastgelegd en bedraagt 4,63 voor inkomstenjaar 2021 (Belgisch Staatsblad van 23/7/’21). Voor het inkomstenjaar 2020 bedroeg deze 4,60.gevolgen starters en gevestigde zelfstandigen

Hoe werkt het?

Er moet een bedrijfsvoorheffing betaald worden op het gedeelte huur dat wordt gezien als beroepsinkomsten. Eventuele kosten in verband met dit onroerend goed zijn niet aftrekbaar van de bezoldigingen.

Voorbeeld 

Een zaakvoerder verhuurt een gebouwd onroerend goed aan zijn vennootschap met een kadastraal inkomen van 3500 euro. Het plafond waarmee hij rekening moet houden als jaargrens bedraagt 27.008,33 euro (= 3500 × 4,63 × 5/3).

Stel dat de onderneming aan de zaakvoerder een maandelijkse huurprijs van 2500 euro verschuldigd is (= 30.000 euro op jaarbasis), dan is er een positief verschil van 2991,67 euro (30.000 euro - 27.008,33 euro). Dit positieve verschil zal gezien worden als beroepsinkomen waarop een bedrijfsvoorheffing moet betaald worden.

Berekening van de bedrijfsvoorheffing

Bij een maandelijkse huuraflossing wordt het eventuele positieve verschil beschouwd als een periodiek loon. Hierop wordt bedrijfsvoorheffing ingehouden nadat het eventueel meegerekend werd bij het loon van die maand.

Gaat het daarentegen niet om een maandelijkse huuraflossing, dan zal op het eventuele positieve verschil de bedrijfsvoorheffing ingehouden worden volgens de richtlijnen voor niet-periodieke inkomsten.

Dit onderscheid wordt ook gemaakt op de fiscale fiche 281.20 in de vakken 10a en 10b.

Quentin Hamoir
Door Quentin Hamoir
08 september 2021

Later lezen?

Interesse in dit artikel maar nu even geen tijd?

Laat hieronder je e-mailadres achter en we sturen je een handige link naar het artikel.

We sturen je enkel de link, geen spam.