Om het zelfstandig ondernemerschap bij jongeren te stimuleren, werd in 2017 het statuut van student-zelfstandige ingevoerd. De minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO's voerde enkele (administratieve) versoepelingen door om het statuut van student-zelfstandige toegankelijker te maken. De wijzigingen traden in werking op 1 oktober 2026 en hebben voor studenten dus gevolgen tjjdens het school- of academiejaar 2026-2027 en later.
Een student-zelfstandige oefent tijdens zijn of haar studies een zelfstandige activiteit uit en geniet daarbij van verlaagde sociale bijdragen (zolang de inkomsten beperkt blijven).
Student-zelfstandigen moeten voldoen aan verschillende voorwaarden om dit statuut te kunnen genieten. Naast het uitoefenen van een zelfstandige beroepsactiviteit, moeten ze ingeschreven zijn als student in een erkende onderwijsinstelling in België voor minstens 27 studiepunten per schooljaar of minstens 17 lesuren per week om een erkend diploma te halen. Daarnaast moet de student regelmatig de lessen volgen.
Het statuut van student-zelfstandige eindigt van zodra de student niet langer voldoet aan bovenstaande voorwaarden.
Hier lees je meer over de voorwaarden om student-zelfstandige te worden.
We sommen de belangrijkste wijzigingen voor je op.
In de oude regeling kon men het statuut van student-zelfstandige slechts behouden tot en met het derde kwartaal van het jaar waarin men 25 jaar werd. Vanaf het vierde kwartaal verloor de student dit statuut automatisch, ook als hij nog aan het studeren was.
De nieuwe regeling versoepelt deze leeftijdsgrens. Een student kan voortaan student-zelfstandige blijven tot het einde van zijn studies, ongeacht zijn leeftijd.
Let op: deze maatregel geldt enkel als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Voorbeeld: Emma is student en wordt 25 jaar op 10 juli 2026. Op 15 oktober 2026 start zij een zelfstandige activiteit. Emma kan niet aansluiten als student-zelfstandige, omdat zij tijdens het derde kwartaal van 2026 nog niet onder dit statuut was aangesloten.
Voorbeeld: Emma wordt 25 jaar op 10 juli 2026 en is op dat moment al student-zelfstandige. Ze zet haar studies verder tijdens het academiejaar 2026-2027.
Onder de oude regeling eindigde haar statuut van student-zelfstandige uiterlijk op 30 september 2026, het einde van het derde kwartaal van het jaar waarin zij 25 werd. Dankzij de nieuwe regeling kan Emma haar statuut behouden tot zij haar studies afrondt, op voorwaarde dat zij ononderbroken aan alle voorwaarden blijft voldoen.
Onderbreekt Emma na 30 september 2026 tijdelijk haar studies of haar zelfstandige activiteit, dan voldoet zij niet langer aan de voorwaarden van het statuut. Zij verliest het statuut van student-zelfstandige dan definitief, ook als zij later opnieuw begint te studeren of haar zelfstandige activiteit hervat.
Een van de voorwaarden om het statuut van student-zelfstandige te behouden, is dat de student regelmatig de lessen volgt (voor minstens 27 studiepunten per academiejaar of minstens 17 lesuren per week). Kan de student niet aantonen dat hij regelmatig de lessen heeft gevolgd, dan verliest hij voor het betrokken school- of academiejaar het statuut van student-zelfstandige, tenzij er sprake is van overmacht.
Tot nu toe kon de student dit op drie manieren aantonen:
Deze laatste mogelijkheid verdwijnt. Voortaan volstaat een begeleiding in een ondernemingsproject niet langer als bewijs dat de student regelmatig de lessen volgt. De student zal dit enkel nog kunnen aantonen aan de hand van zijn deelname aan de lessen of de examens.
In de oude regeling moest de student-zelfstandige bovendien vóór het begin van elk school- of academiejaar een verklaring op eer bezorgen aan het sociaal verzekeringsfonds dat hij regelmatig de lessen zou volgen. Ook deze administratieve formaliteit wordt geschrapt door de hervorming.
Een klassiek school- of academiejaar loopt van september tot juni. Studenten die een traditionele opleiding volgen en hun examens afleggen in juni (of later bij een eventuele tweede zittijd), kunnen zich als student-zelfstandige aansluiten vanaf het vierde kwartaal van het lopende jaar tot en met het derde kwartaal van het daaropvolgende jaar, op voorwaarde dat zij gedurende die periode voldoen aan alle voorwaarden van het statuut.
Het statuut van student-zelfstandige eindigt in principe vanaf het kwartaal waarin de student niet langer aan alle voorwaarden voldoet. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer hij voor een bepaald kwartaal niet kan aantonen dat hij regelmatig de lessen heeft gevolgd of wanneer hij niet gedurende het volledige kwartaal als student is ingeschreven.
Voor studenten die geen klassieke opleiding volgen en op een ander tijdstip dan juni afstuderen, leidde dit soms tot problemen. Omdat zij niet gedurende het volledige kwartaal aan de voorwaarden van het statuut voldeden, verloren zij vaak al in datzelfde kwartaal het recht op het statuut van student-zelfstandige.
De nieuwe regeling brengt hierin verandering. Voortaan kunnen studenten het statuut van student-zelfstandige behouden gedurende het kwartaal waarin zij hun diploma behalen, ook wanneer zij tijdens dat kwartaal niet langer gedurende de volledige periode aan alle voorwaarden van het statuut voldoen.
Voorbeeld: Emma is student-zelfstandige en behaalt haar diploma op 15 februari 2027. Onder de oude regeling kon zij tijdens het eerste kwartaal van 2027 het statuut van student-zelfstandige verliezen, omdat zij na 15 februari 2027 niet langer aan alle voorwaarden van het statuut voldeed. Door de nieuwe regeling kan Emma haar statuut behouden tot het einde van het kwartaal waarin zij afstudeert. In dit geval blijft zij dus student-zelfstandige tot en met 31 maart 2027 (eerste kwartaal van 2027).