Personeelsbeleid

Zal ik wel een goeie baas zijn?

Geschreven door Marianne van der Wielen | 08 november 2019

Je hebt je eerste medewerker aangenomen, proficiat! Nu is het tijd om te ‘bazen’. Maar hoe doe je dat? Heb je twijfels? Weet je niet goed waar te beginnen? Geen zorgen: een goede baas worden, kan je leren.

Wat voor leider ben ik?

Voor zowat elke letter in het alfabet is er wel een leiderschapsstijl. Van een aanmoedigende tot een zichtbare leider: je past ongetwijfeld wel in een plaatje. Of in meerdere. Want een goede baas is niet één iets. Een goede baas combineert verschillende leiderschapsstijlen.

Er zijn al heel wat lijstjes, theorieën en quizzen geschreven en bedacht over welke leider jij bent of moet zijn. Maar alles hangt af van de context. Hoeveel mensen heb je in dienst? Ben je baas van bouwvakkers? Of van architecten? Weet wanneer je welke stijl moet hanteren.

 

Twee voorbeelden

In de bouw is directief leiderschap vaak te verkiezen. Kenmerkend voor die stijl is dat ze gericht is op het snel en efficiënt behalen van het resultaat. De stijl is eerder taakgericht dan relatiegericht. De leidinggevende zorgt voor duidelijkheid door meteen te zeggen wat er moet gebeuren. Er wordt niet eerst overlegd in teamverband.

Een architectenbureau is dan weer een ander paar mouwen. Daar moet er net wel ruimte gecreëerd worden om te overleggen. De leiderschapsstijl mag niet uitsluitend directief zijn. Hier is een participatief leiderschap vaak op zijn plaats, waarin de leidinggevende werknemers uitnodigt om te overleggen en mee te denken.

Conclusie: als baas moet je je dus bewust zijn dat er verschillen zijn in leiderschap, afhankelijk van de job, sector en werknemer(s).

 

Wat verwachten we van elkaar?

Alles begint met goede communicatie. Praat dus met je medewerker. Vraag naar zijn of haar verwachtingen. Als je een bedrijf hebt met maximum tien medewerkers is een jaarlijks evaluatiegesprek niet noodzakelijk. Het is veel belangrijker om regelmatig met elkaar te praten op een open en transparante manier. Niets zo gevaarlijk als onuitgesproken verwachtingen.

Je kan op regelmatige basis een gesprek inplannen, maar je kan evengoed een informeel babbeltje slaan aan de koffiemachine. Het voordeel van een ingepland gesprek is dat het vastligt. Hebben jij en je werknemer weinig te vertellen? Dan kan je het gesprek op 15 minuten afronden. Als de gesprekken niet ingepland zijn, is dat vervelender voor de werknemer. Als hij of zij zelf om een gesprek moet vragen, vormt dat al gauw een drempel om iets te vertellen of te melden.  

 

Wat moet ik vooral niet doen?

Een positieve verstandhouding met je werknemers is belangrijk. Het kan de groei van je bedrijf alleen maar bevorderen. Het goede nieuws is dat leiderschap een kwestie is van leren en blijven leren. En vooral: weten wat je niet moet doen.

Don't

  • Jezelf proberen klonen
  • Je verwachtingen niet bespreken met de werknemer
  • Niet aan zelfreflectie doen over je leiderschapsstijl
  • Conflicten uit de weg gaan

Do

  • Besef dat iedereen op zijn manier werkt en dat dat niet noodzakelijk slechter is
  • Vermijd eenzijdige of onuitgesproken verwachtingen
  • Denk na over je leiderschapsstijl, probeer te evolueren in het leiderschap
  • Praat met je werknemer over een conflict of frustratie

 

Werknemers die plezier hebben in hun job zullen minder vaak afwezig zijn. De kans op burn-outs is bij hen ook kleiner. Als je als baas enthousiasme en motivatie uitstraalt, zullen je werknemers hierdoor ook geïnspireerd raken. Wil je je helemaal verdiepen in het ‘baas zijn’? Er bestaan ook opleidingen over leidinggeven voor beginnende werkgevers.