Accountants en belastingadviseurs

Welke opties heeft een eenmanszaak met de status ‘opening faillissement’?

Geschreven door Quentin Hamoir | 28 augustus 2019

Legt een ondernemer de boeken neer bij de rechtbank, dan wordt een curator aangesteld om het faillissement af te handelen. Zolang de faillissementsprocedure nog loopt, staat de onderneming met de status ‘opening faillissement’ vermeld in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). Als accountant of belastingadviseur kan je je klant in dit geval wegwijs maken in verschillende opties. Lees hieronder welke dat zijn.

Optie 1 – Een doorstart maken

Na een faillissementsverklaring kan je klant een doorstart van zijn eenmanszaak maken tijdens de lopende faillissementsprocedure. Concreet betekent dit dat de zaak – vaak in afgeslankte vorm – blijft draaien. Lees er alles over.


Optie 2 – Het vonnis afwachten

Verder kan je klant er ook voor kiezen om het faillissementsvonnis van zijn eenmanszaak af te wachten vóór hij beslist om al dan niet opnieuw te starten.
Stel, je klant wacht het vonnis af. Werd het vonnis uitgesproken vóór 1 mei 2018, dan valt het onder het oude insolventierecht en weet de ondernemer in kwestie meteen of hij al dan niet ‘verschoonbaar’ is verklaard. In het nieuwe insolventierecht werd dit begrip vervangen door het begrip ‘kwijtschelding’. Waarom dat belangrijk is, lees je bij punt 4 ‘Opnieuw opstarten’.

Wel staat de eenmanszaak na het vonnis nog steeds geregistreerd als actieve onderneming in de KBO. Is de ondernemer niet van plan om nog een zelfstandige activiteit uit te oefenen op het ondernemingsnummer van de eenmanszaak, dan zal hij de stopzetting van zijn onderneming via het ondernemingsloket in orde moeten brengen.


Optie 3 – Een stopzetting

Terwijl de faillissementsprocedure nog loopt bij de rechtbank, kan je klant het ondernemingsloket verzoeken om zijn eenmanszaak stop te zetten.
In dat geval vraagt het ondernemingsloket aan de curator of er een bezwaar is tegen de stopzetting van de eenmanszaak in de KBO. Soms verkiest de curator namelijk dat de onderneming nog actief blijft. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer er goederen verkocht worden, of omdat de curator nog lopende zaken afhandelt.

Opgelet: alle administratieve wijzigingen die aan een onderneming worden aangebracht door of met toestemming van de curator, moeten steeds door de curator zelf worden betaald aan het ondernemingsloket. Deze kosten worden bij de afsluiting van het faillissement in rekening gebracht bij het bepalen van de erelonen en kosten. Ze mogen niet bij de schuldvorderingen worden ingediend.

De aansluiting bij het sociaal verzekeringsfonds wordt stopgezet op datum van opening van het faillissement op voorwaarde dat de ondernemer geen andere zelfstandige activiteiten meer uitoefent.


Optie 4 – Opnieuw opstarten

Tot slot kan je klant ook beslissen om na de uitspraak van de rechtbank opnieuw een zelfstandige activiteit op te starten. Wanneer het faillissement afgehandeld is en de ondernemer verschoonbaar is verklaard, kan de ondernemer onmiddellijk langsgaan bij het loket om zijn zaak opnieuw op te starten.

Is de ondernemer niet verschoonbaar verklaard, dan ligt de zaak iets ingewikkelder. Zo moet hij een kopie van het vonnis kunnen voorleggen. Op die manier gaat het ondernemingsloket bij de opstart na of er een beroepsverbod is of niet. Een beroepsverbod kan uitgesproken worden voor de duur van 3 tot 10 jaar. Tijdens die periode mag de ondernemer geen zelfstandige activiteit meer uitoefenen.

In het nieuwe insolventierecht (vanaf 1 mei 2018) is het begrip ‘verschoonbaar’ vervangen door ‘kwijtschelding’. De kwijtschelding kan volledig worden toegekend of gedeeltelijk, maar eventueel ook helemaal niet toegepast. Voor recentere faillissementen zal het dus niet meer onmiddellijk af te leiden zijn of een ondernemer wel of niet een beroepsverbod heeft gekregen. In die gevallen zal je klant dus steeds het vonnis moeten voorleggen.

Let wel: een vennootschap wordt altijd ‘niet verschoonbaar’ verklaard bij een faillissement. Dit betekent dat het ondernemingsloket altijd moet nagaan of de rechtbank een beroepsverbod voor de mandataris heeft uitgesproken of niet.