Accountants en belastingadviseurs

Eénmalige coronapremie voor zelfstandige ondernemers

Geschreven door Pieter Debbaut | 25 augustus 2021

De Ministerraad keurde op 15 juni 2021 de invoering goed van een éénmalige premie voor zelfstandigen van wie de zelfstandige activiteit zwaar getroffen is door de COVID-19-pandemie. De maatregel – opgenomen in de Wet van 18 juli 2021 – voorziet in een éénmalige premie van 500 euro voor zelfstandigen die in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 april 2021 minstens zes maanden rechtmatig genoten hebben van het overbruggingsrecht.

Analogie met tijdelijke werklozen

Werknemers die in 2020 uitkeringen kregen in het kader van tijdelijk werkloosheid wegens overmacht door het coronavirus of wegens economische redenen, hebben recht op een éénmalige premie (een eindejaarspremie en/of beschermingspremie) van de RVA. Naar analogie met deze éénmalige premie voor tijdelijke corona-werklozen, koos de overheid er voor om ook een premie te voorzien voor zelfstandige ondernemers.

 

Wie komt in aanmerking?

Volgende zelfstandigen komen, ongeacht de sector waarin ze actief zijn, in aanmerking:

  • zelfstandigen in hoofdberoep
  • zelfstandigen in bijberoep, voor zover ze de verplichte sociale bijdragen betalen als een hoofdberoeper
  • zelfstandige helpers in hoofdberoep
  • meewerkende echtgenoten in het maxi-statuut
  • student-zelfstandigen, voor zover ze verplichte sociale bijdragen betalen als een hoofdberoeper

Zelfstandigen in bijberoep en actieve gepensioneerden die bijdragen betalen onder de minimumdrempel kunnen de premie niet krijgen.

Wanneer komen ondernemers in aanmerking?

Om in aanmerking te komen, moet je klant in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 april 2021 minstens zes maanden genoten hebben van uitkeringen in het kader van het overbruggingsrecht (zoals bedoeld in art. 4bis §2, 4ter, 4quater §1 en 4quinquies §2 van de Wet van 23 maart 2020).

Het gaat om alle ‘rechtmatige’ uitkeringen van overbruggingsrecht (het enkel of dubbel overbruggingsrecht wegens verplichte sluiting, het heropstart- of relance-overbruggingsrecht en het overbruggingsrecht wegens omzetdaling), met uitzondering van het klassiek overbruggingsrecht, het overbruggingsrecht voor quarantaine en het overbruggingsrecht voor de zorg van een kind. De uitkeringen moeten niet opeenvolgend zijn. De maanden waarin je klant slechts een gedeeltelijke uitkering overbruggingsrecht genoot, komen niet in aanmerking. Ook uitkeringen van het overbruggingsrecht waarover beslist werd om ze terug te vorderen, tellen niet mee.

 

Bruto- en nettobedrag van de premie

De éénmalige premie bedraagt 598,81 euro bruto. Deze premie is voor de betrokken ondernemer belastbaar in de personenbelasting als een “vergoeding verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van, naargelang het geval, winst, baten of bezoldigingen”.

In principe wordt deze éénmalige premie op dezelfde manier belast als de uitkeringen in het kader van het overbruggingsrecht. Er geldt echter een afwijkend fiscaal regime. De premie is, ongeacht de inkomstencategorie waartoe de zelfstandige behoort, afzonderlijk belastbaar aan 16,5%, tenzij de gezamenlijke belasting voordeliger is (art. 171 4° WIB92).

Netto bedraagt de premie dan ook 500 euro.

 

Betaling van de premie

Het sociaal verzekeringsfonds controleert zelf of de zelfstandige voldoet aan de opgelegde voorwaarden en moet de zelfstandige informeren over de beslissing over het al dan niet toekennen van de premie. Voldoet je klant aan alle voorwaarden? Dan gaat het sociaal verzekeringsfonds automatisch over tot uitbetaling van de eenmalige premie, uiterlijk 30 september 2021. Volgt er een negatieve beslissing? Dan kan je klant zelf een aanvraag indienen (vóór 15 september 2021) om het dossier opnieuw te bekijken.

Deze premie wordt beschouwd als een financiële uitkering die niet in aanmerking genomen moet worden voor de toepassing van het cumulplafond met betrekking tot andere vervangingsinkomsten. Er wordt ook geen rekening gehouden met deze premie voor de vaststelling van de andere sociale rechten van de zelfstandige.